Laboratoria

Camfil Farr is jaren geleden al samenwerkingsverbanden aangegaan met toonaangevende fabrikanten van bioveilige kabinetten met laminair debiet. Wij zijn bekend met de technische vereisten voor deze industrie. Zo is MEGALAM het beste HEPA-filter voor deze industrie.

MEGALAM

Met ons beroemde MEGALAM-filter kan de OEM-fabrikant het debiet maximaliseren, de drukval verlagen en als gevolg daarvan de hoge energiekosten verlagen, afhankelijk van de inbouwdiepte van het gebruikte filterpakket.

Als debiet in één richting een vereiste is:

Voor veiligheidskabinetten gelden zoals bekend strenge eisen met betrekking tot de laminariteit van het debiet. Sommige OEM-klanten verlangen zelfs 0,45 m/s / 90 voet per minuut ± 10%. Dankzij onze CMS-vouwtechnologie (Controlled Media Spacing) en de optionele 'laminator' die bij de productie aan het filterpakket wordt toegevoegd, kunnen wij gemakkelijk aan deze eisen voldoen.

Normen voor laboratoria

1. EN 12469-norm voor veiligheidskabinetten

Veiligheidskabinetten kunnen in drie klassen worden verdeeld:

  • Klasse I: veiligheidskabinet met opening aan de voorkant waarlangs de bediener handelingen in het kabinet kan verrichten en dat zo is geconstrueerd dat de werknemer is beveiligd. De ontsnapping van vervuilde luchtdeeltjes die in het kabinet ontstaan, wordt beheerd middels een naar binnen gericht debiet via de opening aan de voorkant en middels filtratie van de uitlaatlucht.
  • Klasse II: veiligheidskabinet met opening aan de voorkant waarlangs de bediener handelingen in het kabinet kan verrichten en dat zo is geconstrueerd dat de werknemer is beveiligd. Het risico op product- en kruiscontaminatie is laag en de ontsnapping van vervuilde luchtdeeltjes die in het kabinet ontstaan, wordt beheerd middels een goed gefilterd, intern debiet en filtratie van de uitlaatlucht. Opmerking: dit wordt meestal bereikt met een neerwaarts (laminaire) debiet in één richting in het kabinet en een luchtgordijn aan de voorkant van de opening.
  • Klasse III: veiligheidskabinet waarin de werkruimte volledig gesloten is en de bediener van het werk is gescheiden door een fysieke barrière (zoals handschoenen die mechanisch aan het kabinet zijn bevestigd). Aan het kabinet wordt voortdurend gefilterde lucht toegevoegd en de uitlaatlucht wordt behandeld om te voorkomen dat micro-organismen vrijkomen.

2. WHO-handleiding voor bioveiligheid

In dit document zijn risiconiveaus van 1 tot 4 ingesteld met het doel blootstelling aan schadelijke micro-organismen te voorkomen. Hierbij duidt risiconiveau 1 het laagste en risiconiveau 4 het hoogste risico aan. De niveaus 1 en 2 worden niet beschouwd als containmentlaboratoria, de niveaus 3 en 4 wel. In het gedeelte 'Codes of Practice' (praktijkcodes) worden de toegang, persoonlijke beveiliging, procedures, werkgebieden en beheer van bioveiligheid behandeld. In 'Design and Facilities' (ontwerp en faciliteiten) wordt ingegaan op de ontwerpfuncties. In 'Laboratory equipment' (laboratoriumuitrusting) wordt de basisuitrusting voor bioveilige laboratoria behandeld. In 'Health and Medical Surveillance' (gezondheid en medisch toezicht) komt de controle van werknemers aan bod die in aanraking komen met micro-organismen met een verschillend risiconiveau. Daarnaast worden nog opleiding, afvalbeheer en veiligheid met betrekking tot chemische stoffen, vuur, elektriciteit en straling behandeld.

Passages uit de handleiding:

Het containmentlaboratorium met bioveiligheidsniveau 3 is ontworpen en bedoeld voor het werken met micro-organismen uit risicoroep 3 en met grote hoeveelheden of concentraties micro-organismen uit risicogroep 2 die een indirect risico op verspreiding van aërosolen vormen. Containment voor bioveiligheidsniveau 3 vereist aanscherping van de programma's voor uitvoering en veiligheid die gelden voor basislaboratoria met bioveiligheidsniveau 1 en 2. (1)

1. Het ventilatiesysteem in het gebouw moet zodanig zijn ontworpen dat de lucht vanuit het containmentlaboratorium met bioveiligheidsniveau 3 niet wordt gerecirculeerd naar andere ruimten in het gebouw. De lucht in het laboratorium mag worden behandeld met een HEPA-filter, vervolgens opnieuw behandeld en hercirculeerd. Uitlaatlucht uit het laboratorium moet (anders dan uit biologische veiligheidskabinetten) buiten het gebouw worden ontladen, zodat het ver van bewoonde gebouwen en luchtinlaten wordt verspreid. Het wordt aanbevolen deze lucht af te voeren via HEPA-hoogrendementsfilters. (1)

2. Biologische veiligheidskabinetten moeten ver van looppaden en buiten het bereik van luchtstromingen van deuren en ventilatiesystemen zijn gesitueerd (zie hoofdstuk 7). (1)

3. De uitlaatlucht van biologische veiligheidskabinetten van klasse l en ll (zie hoofdstuk 7), die is gefilterd met HEPA-filters, moet zodanig worden afgevoerd dat interferentie met de luchtbalans in het kabinet of het uitlaatsysteem van het gebouw wordt vermeden. Alle HEPA-filters moeten zodanig zijn geïnstalleerd dat ontsmetting door en tests met gasvormige deeltjes mogelijk blijven. (1)

Contact

Getting in touch with us is easy

Contact details
KEEP UPDATED!

Subscribe to Camfil newsletter